U bent hier

Toen waren ze er nog

De helden van gisteren en vandaag

In mijn hoofd lijkt het allemaal nog niet zo lang geleden: Mattheüs, Van Basten, Preud'homme, Maradonna, ... Stuk voor stuk namen uit de glorierijke voetbalgeschiedenis en tegelijk mensen uit mijn iets minder glorierijke, maar daarom niet minder interessante jeugd.

Vroeger

Mensen naar wie je als jonge gast opkeek omdat ze iets deden wat je zelf ook zo graag wilde. De toenmalige tv kwaliteit zorgde ook voor een zweem van geheimzinnigheid. Geen HD kanalen, geen 300 topwedstrijden op een jaar, europacupwedstrijden die nog échte wedstrijden waren.

Het spookt vanaf een bepaalde leeftijd door je hoofd: vroeger was alles beter. Dit geldt trouwens niet alleen voor voetbalhelden, maar even goed voor muziek, politiek, sociaal bewustzijn, ... Mannen als Kurt Cobain en Jan Hautekiet, die, elk op hun manier, rebelleerden tegen de gevestigde waarden.

Dat dit niet altijd of zelfs meestal niet zo is, moet ik u niet vertellen. Waarom blijft dat knagende gevoel dan toch aanwezig? Waarom hebben we blijkbaar een onuitwisbare drang naar de verheerlijking van het verleden? Waarom blijven we trouw aan onze vertroebelde waarnemingsgeest?

Is het schrik die voor die krampachtige reflex zorgt? Schrik voor de toekomst, het onbekende? Schrik om de waarheid over je eigen, nietige bestaan in te zien?

Of is het eerder het besef dat we allemaal maar gewone mensen zijn en dat de echte helden juist diegenen zijn die niet in de spotlights lopen? De bakker die, zonder uitzondering, 's morgensvroeg opstaat om brood op de plank te brengen. De kleuterleidster die ingrijpt in het akkefietje tussen een paar opgroeiende prutskes. De oude man die elke dag bloemen aan het graf van z'n overleden vrouw gaat zetten om vervolgens weer tijd te maken voor de (achter)kleinkinderen.

Alles moét

Gewoon is blijkbaar niet meer genoeg. Alles moet "super", "mega", "cool", ... zijn. Dat we daarbij stilletjes de primaire behoeftes die we allemaal hebben totaal negeren, nemen we er met z'n allen maar bij. Gewoon "gewoon" wordt zo net heel bijzonder.

Een simpele "ik zie je graag" heeft zo vaak meer effect dan het duurste cadeau. Warmte, genegenheid, samenzijn, tijd maken.

Zo komen we uit bij "Tijd". De ultieme grondstof waarvan er altijd te kort is. Waarom verdoen we hem dan aan totaal onbelangrijke zaken? Waarom voelen we ons verplicht onze tijd te steken in al die zaken die anderen belangrijk vinden? Waarom stellen we alles wat we nog willen doen voor het verstrijken van onze laatste korrel in onze persoonlijke zandloper, onherroepelijk uit? Misschien ben ik wel de enige met dit probleem, misschien heet zoiets "volwassen worden" en ben ik daar gewoon nog niet aan toe. Of heb ik nog steeds niet het gevoel dat ik echt een tekort aan tijd heb en eeuwig jong blijf, maar vooral nooit oud zal worden. Sommige dingen weet je wel, maar je beseft pas hoe kostbaar ze zijn als je ze kwijt bent. Dat geldt ook en misschien vooral als het over tijd gaat.

Nodig

Wat zou ik graag willen zeggen dat ik geen helden nodig heb. Wat ik nodig heb, zijn mensen om me heen die ik graag màg zien. Die mij ook nemen zoals ik ben en toelaten dat ik hen neem zoals zij zijn. Bij kinderen zit dit er ingebakken. Voor je kinderen ben je, toch tenminste tot ze adolescent (laat staan puber) worden, hun enige echte held. Daarna wordt iemand vinden die je genoeg vertrouwt, maar ook vertrouwen kan schenken om er voor elkaar te zijn, veel minder vanzelfsprekend.

Wat me doet concluderen dat ik ze wel nodig heb, helden: zij waarvan je voelt dat je er tot het einde van je dagen kan op rekenen. Zij die je door je moeilijke momenten heen helpen en waarvoor jij door het vuur zou gaan. Zij die het beste én het slechtste in je naar boven brengen.

Je wordt ouder, papa

Naarmate je ouder wordt, verandert je verwachtingspatroon. Als je jong bent, hoor je meer dan eens: "Wacht maar tot je oud en wijs genoeg bent". Natuurlijk zijn er heel wat zaken die je pas begrijpt als je de nodige ervaring hebt opgebouwd.

Nochthans dienen we dit zinnetje helemaal anders te interpreteren dan velen onder ons doen. Je mag bij het ouder worden ook niet vergeten hoe het was om jong te zijn. Wat je zo stoorde aan alles om je heen. Het mogen niet je principes zijn die veranderen. Het moeten je definities zijn.

Het besef dat niet alles perfect moet zijn om goed te zijn. Het onoverwinnelijke gevoel van je jonge jaren, het geloof dat je, ook als individu, iets kan veranderen. Het geloof dat je een échte held kan zijn. Dat je je niet bij alles zomaar moet neerleggen. Dat een carièrre wel te combineren valt met je principes zonder dat dat als marginaal beschouwd wordt. Dat mogen we, naar mijn bescheiden mening, nooit opgeven.

De helden van gisteren en vandaag

Soms wil ik terug een dag jong zijn, om nog één keer te genieten van mijn idolen. Om nog een keer te kunnen zeggen: 'Zó wil ik later worden'.

Al snel volgt het besef dat ik dat eigenlijk helemaal niet meer wil. Dat ik word omringd door helden die zich, elk op hun manier, door het dagelijkse leven worstelen. Met goede én slechte momenten.

Af en toe achteruit kijken doet je vooral uitkijken naar de toekomst. Laat dit een ode zijn aan de echte helden van vandaag en morgen.