U bent hier

Nog zonder titel - Deel I.1

Het voorbije jaar, het eerste als werkende mens, was er één van aanpassen. Ik vermoed dat dit bij de overgrote meerderheid van mijn soortgenoten zo is. Het is namelijk niet meer van mogen, maar van moeten. Moeten opstaan. Moeten presteren. Moeten functioneren. Moeten communiceren ook, iets wat minder vanzelfsprekend is dan het op het eerste zicht lijkt. Ondanks dat mijn gevoel zegt dat ik nog steeds dezelfde ben, wat strikt genomen ook zo is, wijst de praktijk anders uit. Elke omgeving oefent invloed uit op de personen die er deel van uit maken. Een werkomgeving waarin dagdagelijkse dezelfde personen ronddwalen, vormt daar allerminst een uitzondering op. Ik mag dan ook van geluk spreken in zo'n groep terecht gekomen te zijn. Een bende vrouwen die maar wat graag hun jongens - ik was één van de jonge, externe medewerkers - in de watten leggen. Ik had nog nooit koffie gedronken, maar nu zorgen ze er elke morgen zorgen voor dat ik er, beetje bij beetje, een verslaving bij krijg. De ochtendmond heeft dus toch (zwart) goud in de mond. Het stundentengedoe dat ik voordien als hilarisch beschouwde, wordt nu overschaduwd door een nieuwe vorm van humor. Een veel speelsere, minder directe manier. Al heeft dat misschien meer met het geslacht van de collega's te maken. Toch blijf ik ook nog in het vaste schema van uitgaan en plezier zitten. Elke vrijdag- en zaterdag worden er sloten bier doorgespoeld en ook in de week gebeurt regelmatig hetzelfde, met de nodige problemen tot het uitvoeren van de nieuwe verplichtingen tot gevolg.

Deze transitie is er één die we allemaal meemaken. Sommigen verliezen hun laatste greintje jeugd, anderen blijven er voor eeuwig in hangen. Helemaal hetzelfde wordt het echter nooit. Daarom dat het zo dikwijls wordt herhaald door zij die het allemaal al meemaakten: geniet er van, van het jong zijn, zoveel je kan.

De rest van de dag is er één die de statistieken bevestigd en dus om snel te vergeten. De beloofde wandeling kost me veel moeite, maar zelfs tegenover een hond zou ik me te schuldig voelen om m'n woord niet te houden. Net wanneer ik me opmaak voor een avondje achter de PC met de tv op de achtergrond, doorbreekt het overbekende Nokia deuntje de relatieve stilte. De naam die verschijnt op het monochroom scherm doet dat irritante gevoel van vanmorgen weer oplaaien.

Plots weet ik het weer. Alsof de grijze mist verdwijnt op de plaats waar de clou van het verhaal zich bevindt. De knoop in mijn maag spant zich nog wat strakker. Ik voel me een idioot. Blijkbaar heeft een overdaad aan alcohol zijn weerslag op het korte termijn geheugen. Hoe anders verklaar je de zoektocht naar mijn wagen? Die stond namelijk niet geparkeerd op z'n vertrouwde plekje, maar om de hoek, zo'n vijftig meter verder..

Grote paniek, want een diefstal was gepleegd! En nog wel vlak onder onze neus! Of ik zeker wist dat ik hem nergens anders had laten staan? Ja, natuurlijk wist ik dat zeker! Alle straten afgereden, overal gaan kijken. Om dan te constateren dat het stuk blik op wielen aan de andere kant van het etablissement staat. Hoongelach was mijn deel. Terecht. Mijn jonge leeftijd maakt het alleen erger. De maker van de menselijke soort had misschien beter al enig relativeringsvermogen gepropt in ons DNA in plaats van het als ervaringsfactor in te bouwen. Ik laat de gsm verder rinkelen. De enige mogelijke vraag is om vanavond iets (één pintje, dat spreekt) te gaan drinken, maar slaap is ditmaal toch echt belangrijker

De weken kabbelen voort. Het einde van de examens lijken voor de gemiddelde 23-jarige de ideale gelegenheid om de terrasjes van de Oude Markt in Leuven onveilig te maken. Enige hinderpaal is het onverbiddelijke batchsysteem dat nauwkeurig bijhoudt hoeveel seconden je nog wordt verondersteld je broek te slijten aan voor het overgrote merendeel nutteloze taken. Toch als je ze vergelijkt met de zoektocht naar vrouwelijk wild. Schoon. Ik bedoel schoon.

Op kousen voeten, figuurlijk dan, toch maar vragen aan de chef of we misschien, eventueel, als het zou kunnen, vanmiddag een paar uur eerder mogen vertrekken. Het antwoord is onverwacht, maar zal later de voornaamste invloed op vlak van managementstijl blijken: "Mannen, jullie weten dat dat nogal moeilijk is". Onze teleurgestelde gezichten veranderen snel in blikken van ongeloof, als het vervolg komt. "Vooral omdat ik niet mee kan. Ik zou nooit jong geweest zijn als ik jullie hier vandaag binnen hield. Ga maar. En wat jullie uren betreft, dat regelen we later wel". Frank, de man in kwestie, heeft daarna nooit nog met een woord gerept over die uren.

Aangezien ikzelf veel familie in het Leuvense heb wonen en mijn partner in crime daar nog gewoond heeft, zijn er weinig plaatsen op de wereld waar we ons beter thuis voelen. De schittering van een stralende zon wordt alleen overtroffen door de verschijning van de belangrijkste persoon van die welbepaalde dag: de vrouw die ons bier brengt. Het misschien wel grootste voordeel van een studentenstad, is het fysieke aspect van de serveersters. Zoals steeds moet ik eerst even slikken, vooraleer ik haar vraag kan beantwoorden. Of dat 25cl of 33cl moet zijn? Acht centiliter voor vijf frank *, het is een geldig economisch excuus om voor de grote versie te kiezen. Twintig minuten en twee bestellingen later, hoeven we niets meer te vragen. Een blik richting onze blonde (af)godin is voldoende. Haar volgende vraag - of er misschien nog iets is wat ze voor ons kan doen - zorgt meteen voor het gespreksonderwerp voor de rest van de avond.

Hoe meer alcoholische consummaties via de maag naar de blaas vloeien, hoe beter de ideeën die geproduceerd worden. Het is een wetmatigheid die elke regelmatige caféganger zal kennen. Het blussen van een glas rum met donkere Leffe, is meteen een voltreffer en zorgt voor een nog grotere stortvloed aan plannen waarvan ik me een uur of twaalf later nog weinig zal kunnen herinneren. Ik waag me zelfs aan een achterwaartse salto, met stoel en al. Alleen een niet nuchter persoon kan dit zonder kleerscheuren. Ik houd er zelfs geen blauwe plek aan over...

Twintig pinten, vijf rum/Leffe combinaties een whisky (dat laatste was er te veel aan) later, weet ik in de verste verte niet meer waar ik ben. Of toch. In Leuven. Naar 't schijnt. Ik moet nog thuisraken. Peulis. Ergens tussen Mechelen en Heist-op-den-Berg. Een knappe, maar vooral lieftallige collega neemt me op sleeptouw. Vermoedelijk heeft zij me ook de bus opgeduwd met de nodige instructies voor de bestuurder. Mijn eeuwige dankbaarheid is haar deel.

Een paar uur later word ik wakker met een nog grotere kater dan gewoonlijk. Ook al omdat het, hoe kan het ook anders op donderdag, een doordeweekse werkdag en dus 7u 's morgens is. Ik word mottig van de walm die rond mijn bed hangt, dus probeer ik me recht te hijsen en me enkele meters verder te begeven. De geur blijkt niet afkomstig van mijn bed. Een nieuwe zoektocht naar water dringt zich op. Na een autorit waarin ik me een paar keer verbaas over de plek waar ik ben - ik heb dat stuk toch nog niet gedaan? - gaan er ditmaal meerdere, glimlachende kopjes omhoog. Mijn compagnon is er nog niet en zal een paar uur later ook laten weten dat hij zich, zoals elke normale mens, overslapen heeft. Met de lading plagerijen die ik die dag te verwerken krijg, kan je gerust een half boekenrek vullen. De twee extra halve dagen betaalde vakantie blijken een geniale ingeving om de sfeer in de dienst, in ieder geval in de komende weken, opperbest te maken. Ik kan alleen vol bewondering kijken naar zoveel strategisch inzicht.

* 1 Belgische frank = ca. 0,02479 Euro