U bent hier

Europese identiteit

Kanttekeningen bij een crisis

De Griekse schuldencrisis beheerst al weken, zo niet maanden het nieuws. Elke dag volgt er een nieuwe wending met als hoogtepunt het referendum dat, niet geheel onverwacht, op een stem uitdraaide tegen de zogenaamde instellingen. Waar de voorspellingen nog spraken van een nek-aan-nek race, was de uiteindelijke uitslag veel duidelijker. Zonder daar meteen conclusies aan te willen knopen, doet het elke weldenkende mens toch eens de wenkbrauwen - in het geval van ondergetekende wil dat wat zeggen - fronsen.

Er valt over dit hele verhaal heel wat te vertellen. Al blijft het voor niet ingewijdenen, wat zowat 99,999 procent van de bevolking en dus ook stemgerechtigden moet zijn, onmogelijk de waarheid te achterhalen. Drie feiten steken er, althans volgens ons, boven uit:

  1. Griekenland kon alleen toetreden tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) door valse documenten voor te leggen. Hallucinant en in elke rechtstaat reden tot lange gevangenisstraffen. Niet alleen voor de toenmalige Griekse leiders, maar ook voor de betrokken Europese toppolitici, IMF-ambtenaren en alle andere betrokkenen die dit door de vingers zagen aangezien we ons niet kunnen voorstellen dat dit niet geweten was.
  2. Heel deze crisis is een uitloper van de hebberigheid van bankiers die de reglementen en regeringen naar hun hand wisten te zetten. Ter zijde: niet alleen bankiers maken zich hier schuldig aan, alleen zijn de financiële gevolgen van hun acties veel groter dan bij andere, meer traditionele bedrijven. Ook hier kunnen we ons niet voorstellen dat zij niet wisten welke risico's er werden genomen, er daarbij voor de gemakkelijkheid vanuit gaand dat elke verantwoorde regering hen wel uit de nood zou helpen wanneer nodig.
  3. Vijf jaar besparen heeft Griekenland niet geholpen. De reden blijkt iets genuanceerder: het geld bedoeld voor de wederopbouw van de binnenlandse economie werd versluisd naar Duitse en Franse banken. Banken die dus goed bleken gegokt te hebben, in tegenstelling tot hun Griekse tegenhangers, inzake punt twee. Ook nu weer wisten de leiders van de voornoemde instellingen duidelijk wat de gevolgen van deze acties zouden zijn.

De schuld bij eender welke partij leggen, zoals het rondje modder smijten van de laatste weken probeert te bewerkstelligen, lijkt dus een stuk theater. Iedereen heeft in dit verhaal boter op het hoofd. Het maakt het des te schrijnender: een land gaat ten onder en in plaats van deze uitgelezen kans te benutten om de inwoners van ons continent te overtuigen dat Europa wel degelijk z'n nut heeft, gaat men verder op de reeds lange tijd ingeslagen weg van puur protectionisme. De middeleeuwen blijken minder ver weg dan verhoopt.

Moet Griekenland en haar volk dan helemaal niets meer doen om haar schuld af te lossen? Uiteraard is ook dat een stap te ver. Al zou je een aantal van de voorgestelde maatregelen meteen beter uitbreiden naar de rest van de Unie. De eisen die gesteld worden, klinken bijzonder hypocriet: heel wat landen, waaronder wijzelf, moeten met hun torenhoge schuldgraad niet veel onderdoen. Zeker niet daar ook dit een uitloper is van ongehoorde risico's die het werk van 10 jaar in één keer deden wegsmelten. En werk, dat zijn dan de belastingen die wij allemaal betaalden en waarmee de (lege) staatskas wat minder snel nieuwe schuldpapieren opstapelde. Anders gezegd, de welbekende drie procent die zo bekend werd onder wijlen Dehaene. Het zou de pil voor de verbitterde Grieken meteen verzachten en blijk geven van enige sympathie. Je kan moeilijk nog veel meer van een bevolking verwachten dan er reeds gebeurd is en zelf vrolijk verder spartelen. Als men hier ooit de pensioenen zo hard onderuit haalt, willen we nog wel eens zien hoe de gemiddelde Belg reageert op voorstellen als de huidige.

De media, door zichzelf graag de vrije, westerse media genoemd, blinkt bij dit alles - en niet voor het eerst - uit in stilzwijgen. Dat klinkt misschien wat raar, zeker na de openingszin van dit artikel, maar bij nader onderzoek zijn het telkens dezelfde namen die passeren. Zijn het globale vertelsels en nietszeggende interviews die de revue passeren, een paar uitzonderingen daar gelaten. Als er dan toch interessante artikels verschijnen, zijn het vaak goed verstopte voetnoten of achter een betaalmuur gebarricadeerde stukken. Het filmpje uit onze eigen Kamer, waar voorzitter Bracke doodleuk de micro toesmijt van Raoul Hedebouw, parlementslid van de PvdA, is daar een uitstekend voorbeeld van. Hoezeer je ook tegen deze partij kan, wil en mag zijn, aan zijn betoog valt weinig op te merken. De reactie is dan ook een Kamervoorzitter onwaardig, een zoveelste bewijs van onkunde en onbegrijpelijk in een land dat beweert vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel te dragen. Het is echter vooral het stilzwijgen en het laisser passer van het gros van de nationale media dat ons het hardst tegen de borst stoot. In plaats van een zoveelste statische beeld van de Acropolis of interviews met (on)bekende Vlamingen om aan te tonen hoe heet het nu echt wel is*, was dit een perfecte gelegenheid om, naar aloude Brackiaanse traditie, deze man, maar tevens zijn collega Kamerleden, te onderwerpen aan een kritisch en gekleurd interview dat hen wijst op hun plichten.

Uiteindelijk verandert er niets. Alles blijft gewoon z'n gangetje gaan. De boer, weet u wel. We zijn met z'n allen heel goed in het be- en veroordelen van politici en andere hoogwaardigheidsbekleders. Zelf kijken we er naar en halen onze schouders op. Het eeuwige excuus "we kunnen er toch niets aan doen" galmt door de lege straten. Voor een paar rare justitiële kronkels krijg je het halve land op de been. Voor een paar wielrenners zelfs het hele koninkrijk. Het is misschien wel het grootste bewijs dat één Europa gedoemd is te mislukken: er is geen Europese identiteit en zoals het er nu naar uitziet, zal die er ook niet meteen komen.

* Toegegeven, het was heet.