U bent hier

Eerlijk duurt het langst

Is voetbal nog voetbal?

21 april 2014. Er zijn net twee toppers gespeeld. Zowel Anderlecht als Brugge konden niet winnen. De eerste zelfs niet tegen 10 Genkenaars en ondanks een meer dan terechte strafschop. Toch was niet dat het moment van deze speeldag. Dat kwam namelijk 's avonds tijdens de samenvatting op de commerciële zender. De commentator van dienst vatte het voor deze ene keer immers wel goed samen: misschien zitten de grootste betweters wel op de bank.

Mannensport

Al weken, maanden, seizoenen lang, gaat het in elk zelfverklaard voetbalprogramma voornamelijk over één aspect: de scheidsrechter. De man of vrouw die door middel van de toepassing van de reglementen er mee moet voor zorgen dat de strijd op het veld op een faire en eerlijke manier kan beslecht worden. Dat dit niet altijd van een leien dakje loopt, hoeft niet meteen te verbazen. De voorbije speeldag alleen werden minstens drie wedstrijden mee bepaald door dwalingen. We hebben het dan over de rode kaarten in Mechelen en Charleroi en het niet toekennen van een overduidelijke strafschop in Brugge. Voor de eerste twee zijn er excuses legio, het laatste geval zag zelfs een bijna blinde mol (een helemaal blinde ziet namelijk niets). En toch.

En toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de voetballerij zelf voor deze drama's gezorgd heeft. Een schwalbe van een echte fout onderscheiden wordt met de dag moeilijker. Het is een publiek geheim dat er onder de heren voetballers specialisten zitten die zelfs trainen op het zo natuurlijk mogelijk opzoeken van het veld. Het gaat hier volgens velen nochtans over een mannensport en hoewel ikzelf nog niet naar een wedstrijd tussen houders van uitsluitend X-chromosomen ben geweest, zou het me verbazen dat de dames in kwestie over evenveel acteertalent beschikken als hun overbetaalde collega's. Of zouden ook zij naar hun hoofd grijpen en dood vallen wanneer ze een duwtje tegen de borst(en) krijgen?

Boerenbedrog

Volgens trainers en andere ingewijden horen dit soort zaken nu éénmaal bij het moderne voetbal. Als we deze redenering volgen, worden we verondersteld onze kinderen mee te geven dat oerwoudgeluiden racistisch zijn, spandoeken die op een ironische manier afrekenen met de eeuwige rivaal uitdagend zijn, maar dat de boel opzettelijk bedriegen en staalhard liegen geen enkel probleem vormt?

Het zou me verbazen dat de dames in kwestie over evenveel acteertalent beschikken als hun overbetaalde collega's.

Ben ik de enige die dit nogal absurd vind? Ben ik de enige die na twintig jaar intens genoten te hebben van het spektakel, stilletjes aan een afkeer krijgt van z'n grootste passie? Ben ik de enige die vind dat dit probleem heel eenvoudig kan opgelost worden door elke schwalbe te bestraffen, hun voorbeeldfunctie indachtig, met een schorsing zonder loon van een maand? Ben ik de enige die de verantwoordelijkheid van een faire en eerlijke wedstrijd niet bij de scheidsrechter legt, maar bij de eerzaamheid van de andere actoren?

En nog: ben ik de enige die de gele en rode kaarten bij kleine opstootjes van testosteron, het uittrekken van truitjes en andere snuisterijen lachwekkend vind? Een totaalverbod op vliegende tackles is een prima maatregel om respect voor de tegenstander te garanderen, het hele zootje herleiden tot een misviering is dat niet. Bovendien ondermijnt dit alles de autoriteit van de arbiter, wat hét speerpunt is van elke goede leider.

Natuurlijk kunnen de dode objecten van het voetbalveld zelf ook stappen in de juiste richting zetten. Het hoofd niet zowat letterlijk in het zand steken, de blik op oneindig, bij elke moeilijke - lees: mogelijk foute - beslissing. De discussie op het veld op een serene manier aangaan zonder mee te gaan in welles-nietesspelletjes en ook naast het veld verantwoordelijkheid nemen en mea culpa slaan als er flagrante flaters gebeuren. Spelleider zijn in plaats van lijder.

Het zouden echter stappen zijn die niets bijbrengen, zolang de mentaliteit bij spelers en trainers niet verandert.

De jeugd van tegenwoordig

Vroeger had ik helden. De meesten onder hen waren voetballers. Het zal bij zij die elke dag nog gewoon gaan sjotten niet anders zijn, met dat verschil dat mijn allergrootste jeugdheld - de beste doelman van zijn generatie - als peter van onze supportersclub af en toe kwam meetappen in 't Witte huis - bij de Kai voor de vrienden - goed beseffend dat de sport veel groter is dan de figuranten op het veld.

Voor de volgens velen beste voetballer van het moment is het allerbelangrijkste zijn haar.